In de oudere panden in deze gemeente komen wij ze nog tegen: voordeuren waarin een slot zit dat met een baardsleutel wordt bediend. Zo'n sleutel is lang, van staal of smeedijzer, met aan het eind een platte baard met een paar uitsparingen erin. Eigenaars zijn er vaak aan gehecht, en dat snappen wij: het past bij de deur en de sleutel zelf is een mooi ding. Het is alleen geen beveiliging.
Hoe zo'n slot werkt
Binnen in het slothuis zitten een paar plaatjes, de klavieren, met uitsparingen op verschillende hoogten. Draait u de sleutel om, dan duwt de baard die plaatjes allemaal net zo ver omhoog dat er een pad vrijkomt waarlangs de schoot kan schuiven. Dat is een mechanisme uit de negentiende eeuw en het is in zijn opzet eenvoudig.
- er zitten meestal twee tot vier klavieren in, soms maar één
- het aantal mogelijke sleutelvormen is daarmee klein
- een stel passende sleutels is vrij in de handel verkrijgbaar
- een sleutel bijmaken kan iedere smid, zonder dat u het weet
- het sleutelgat is groot genoeg om er gereedschap in te krijgen
- de schoot zelf is vaak niet gehard en met kracht terug te duwen
Zit er bij u nog een oud slot in de voordeur?
Wij bekijken wat er mogelijk is zonder dat er aan de deur iets verandert.
Waarom wij het slot er toch niet uit halen
Bij een monumentaal pand is het slot onderdeel van de deur, en vaak zijn het slot, het beslag en de sleutelplaat uit dezelfde tijd. Eruit halen betekent een gat in het deurblad dat niet meer netjes te vullen is, en bij een beschermd pand is het ook niet toegestaan. Bovendien is zo'n slot doorgaans nog in orde: het draait soepel en het sluit. Het punt is niet dat het kapot is, het punt is dat het niemand tegenhoudt.
Daarom werken wij hier bijna altijd met een tweede slot in plaats van een vervanging. Het oude slot blijft zitten en blijft doen wat het deed, en de werkelijke beveiliging komt ernaast.
Wat er wel kan
De gebruikelijke oplossing is een opbouwslot aan de binnenzijde van de deur, zo'n dertig centimeter boven of onder het bestaande slot. Dat schroeft u op het blad en in de dagkant van het kozijn, zonder dat er iets wordt uitgefreesd. Aan de buitenkant is er niets van te zien behalve de cilinder, en die kan in een kleur worden gekozen die bij het bestaande beslag past. Bij sommige uitvoeringen zit de cilinder zo vlak dat hij nauwelijks opvalt.
Een tweede mogelijkheid is een insteekslot in de onderste of bovenste dwarsregel, als die breed genoeg is. Dat is meer werk en het vraagt wel een uitsparing, maar dan zit alles uit het zicht. Welke van de twee past hangt af van de opbouw van het blad, en dat beoordelen wij ter plaatse.
Het punt dat vaak wordt vergeten
Bij deze oude deuren zit het zwakke punt dikwijls niet in het slot maar in het hout eromheen. De sluitplaat in het kozijn zit met twee korte schroeven in hout van honderdvijftig jaar oud dat aan de binnenzijde is uitgedroogd. Eén schouderstoot en de plaat komt er met schroeven en al uit, hoe zwaar het slot ook is. Wij zetten daarom een lange sluitplaat die door de dagkant heen in het metselwerk of in het achterliggende hout grijpt. Dat is een kleine ingreep met veel effect, en u ziet er aan de buitenkant niets van.
Wat u met de oude sleutels doet
Houd ze, maar reken er niet op dat u weet hoeveel er zijn. Bij een pand dat door verschillende generaties is bewoond, liggen er vrijwel zeker exemplaren bij mensen die het huis niet meer bezoeken. Dat is precies de reden dat het nieuwe slot op een cilinder met codekaart hoort te komen: dan weet u van de sleutels die vanaf nu werkelijk de deur openen wél hoeveel er zijn en bij wie ze liggen.
Laat het eens beoordelen. Bel 030 7771264 of lees wat het plaatsen van nieuw sluitwerk inhoudt.

